Goden en Godinnen

30 Aug 2017
Niet alle pagans en heidenen geloven dat er Goden en Godinnen bestaan, de één ziet het als ge­per­so­na­li­seerde na­tuur­krach­ten, anderen zien er wel bewuste entiteiten in. Er zijn hele encyclopediën vol met verschillende Goden en Go­din­nen en mythen en sagen waarin deze Goden en Godinnen toch wel erg men­se­lij­ke trekjes hebben zoals relaties, nageslacht, intriges, jaloezie, macht­strijd, enz..
Tevens zijn deze Goden en Godinnen ook verbonden met verschillende natuurkrachten zoals de donder, vruchtbaarheid, leven, liefde en de dood. De natuur heeft haar mooie en grimmige kanten; tijgers zijn niet alleen lieve poesjes maar kunnen je ook verscheuren, de natuur kan schitterend zijn en verwoestende stormen creëeren.
Net als de natuurkrachten hebben ook de Goden en Godinnen hun lichte en donkere kanten, de Goden en Godinnen zijn niet alleen maar lief en veilig (John Beckett). De Goden en Godinnen zijn oeroud maar zijn ook net als wij onderdeel van de natuur, ze staan niet buiten of boven de natuur.
De natuurgeesten, de Goden en Godinnen, hebben net als de natuur soms weinig met de mens te maken. Ze hebben hun eigen bestaan en die draait echt niet alleen rond het leven van de mensen.

Morfische velden & Natuurgeesten

De bioloog Rupert Sheldrake ontwikkelde de wetenschappelijke theorie rond de zogenaamde morfische velden.
Het leven begint met een bevruchte eicel, die zich gaat delen en dan een levend organisme wordt. Iedere cel bevat hetzelfde DNA, dus hoe weet de ene cel dat die een levercel moet worden en de andere cel, met precies hetzelfde DNA, dat die bijv. een zenuwcel moet worden?
Rupert Sheldrake ontwikkelde de theorie rond de morfische velden die verklaren dat deze cellen zich, naast het DNA, ontwikkelen binnen een morfisch veld dat differentieerd welke cel een levercel en welke cel een zenuwcel zal gaan worden.
Zo zijn er volgens Rupert Sheldrake morfische velden voor iedere soort, niet alleen op celniveau maar ook op collectief niveau voor de hele soort.
Dit wordt mooi geillustreerd door het Honderste Aap verhaal:
De Japanse Macaca fuscata aap werd meer dan 30 jaar in het wild geobserveerd. In 1952 gaven de onderzoekers de apen op het eiland Kosjima zoete aardappels, die ze in het zand lieten vallen. De apen vonden de zoete aardappels lekker maar het zand vervelend. Een jong vrouwtje ontdekte dat dit opgelost kon worden door de zoete aardappels in een beek te wassen. Haar moeder leerde dit en haar vriendinnen leerden dit ook. Deze methode werd langzaam door verschillende apen opgepikt. Tussen 1952 en 1958 leerde alle jonge apen de zanderige zoete aardappels te wassen. Sommige volwassen apen namen dit van hun kinderen over, anderen bleven de aardappels met zand eten. Toen op een gegeven dag de zogenaamde "honderdste aap" dit truukje leerde...
Tegen de avond wast bijna iedereen van de troep de zoete aardappel alvorens deze te eten! Maar ook op andere eilanden verspreide deze gewoonte zich ineens razendsnel!

Rupert Sheldrake heeft dit verschijnsel onderzocht.
Je kan dit onderzoeken in een laboratorium door ratten bepaalde puzzels te laten oplossen. Dit verschijnsel trad ook op bij het kristaliseren van nieuwe chemische verbindingen. In eerste instantie ging dat erg moeizaam, doch wanneer een nieuwe chemische verbinding zich vaker gekristaliseerd had werd het na de zogenaamde "honderdste maal" (het werkelijke kritische punt is nog niet bekend) plots steeds makkelijker om die chemische verbinding te kristaliseren, overal ter wereld!
Wanneer een bepaalde gewoonte, een bepaald patroon zich eenmaal gevormd heeft vormt er zich een veld, een geheugen, die het steeds makkelijk maakt om dit gebaande spoor te volgen.
Rupert Sheldrake oppert ook dat de natuurwetten geen altijd vast­staan­de wetten zijn die altijd al zo geweest zijn maar dat ook onze natuur­wet­ten geëvolueerd zijn. Wanneer een bepaalde gewoonte zich eenmaal gevormd heeft en langer bestaat, is deze met het verloop van de tijd praktisch niet meer te veranderen en krijgt deze het karakter van een onveranderlijke natuurwet. (Sheldrake blz.117-121).

Zo heeft iedere soort een morfisch veld, ook de mensheid als één geheel. Maar ook iedere cultuur, taalgroep, heeft daarbinnen weer een eigen morfisch veld. De verschillende diersoorten hebben ieder een eigen morfisch veld. Rupert Sheldrake oppert in zijn boek "De weder­ge­boorte van de natuur" dat ook bepaalde natuurgebieden een eigen morfisch veld hebben, die mensen die daar gevoelig voor zijn zouden kunnen ervaren als bijvoorbeeld de Godin van dat gebied, of als natuurgeesten die bekend staan als elfen (Sheldrake blz.158-165).

Het veld van een bepaald gebied wordt gevormd door alles wat zich daarin bevindt, dus wanneer wij een bepaald gebied binnengaan worden we deel van dit gebied en gaat ons bewustzijn deel uitmaken van het bewustzijn van het gebied, we zijn dan een deel van en staan in relatie met de natuurgeesten, de God en/of Godin van dat specifieke gebied.
Je zou een mens kunnen vergelijken met een druppel in de oceaan, de Goden en Godinnen met (soms flinke) golven in de oceaan en het AL is te vergelijken met de oceaan zelf.

Archetypen

Er zijn heidenen die de Goden en Godinnen zien als archetypen.
Een archetype is bijvoorbeeld de held, de oude wijze vrouw, de kluizenaar, de oplichter. Ook steden kunnen een archetype worden; bijvoorbeeld Venetië als archetype voor een waterstad en Parijs als romantische stad. De Goden en Godinnen zouden dan niet werkelijk bestaan maar zoals archetypen een geïdealiseerde personalisatie zijn van bepaalde kenmerken en natuurkrachten. Deze archetypen spelen zeker een rol in hoe wij de wereld om ons heen ervaren, ook in hoe we ontmoetingen met natuurgeesten en de Goden en Godinnen ervaren. De archetypen zijn een deel van onze psyche en we projecteren deze op onze omgeving zodat we die omgeving kunnen begrijpen.
Voor een deel zijn de Goden en Godinnen dus inderdaad archetypische personificaties vanuit de menselijke geest. Dat maakt de Goden en Godinnen echter niet meer of minder reëel!
Natuurgeesten, Goden en Godinnen zijn heel anders dan wijzelf, ze zijn veel ouder en omvatten veel meer dan ons menselijke bewustzijn. Wanneer wij in relatie met hen staan worden onze ervaringen mede ingekleurd door onze eigen projecties. Omdat de Goden en Godinnen groter en anders zijn dan ons kunnen we ze nooit ervaren zoals ze werkelijk zijn maar ervaren we slechts een glimp, een deel, een voor ons begrijpelijk masker of projectie van de God of Godin, die daarbij gebruik zal maken van wat wij al kennen; onze "archetypische" projecties. Wanneer we dus de aanwezigheid van een God of Godin ervaren moeten we ons ervan bewust zijn dat een deel van de ervaring berust op onze eigen projecties waarvan de God of Godin gebruik maakt om op een voor ons begrijpelijke manier iets kenbaar te maken.
De Goden en Godinnen bestaan ook los van onze archetypische projecties. Omdat ze eeuwenoud zijn en hun bewustzijn veel meer omvat dan wij mensen kunnen bevatten, bemoeilijkt dat de relatie en communicatie. Deze relatie met de Goden en Godinnen zou net als menselijke vriendschappen op wederzijds respect en waardering kunnen stoelen, niet op een handeltje: ik geef jou dit en jij geeft mij dat. "De Goden en Godinnen zijn geen goddelijke wensmachine waarin je je toe­wij­dings­munten kan gooien totdat de gewenste zegeningen eruit komen" (citaat van Morpheus Ravenna). Morpheus Ravenna gaat in het hier aan­ge­haalde artikel dieper in op de relatie tussen de Goden, Godinnen, Archetypen en de mens.

Heidenen & de Goden en Godinnen

Er zijn vele verschillende opvattingen onder de Heidenen omtrent de aard van de Goden en Godinnen. Er zijn atheistische heidenen die zich laten inspireren door de natuur en de natuur vereren en de Goden en Godinnen als gepersonaliseerde natuurkrachten zien, als ar­che­typ­ische projecties vanuit de mensenlijk geest.
Zelf zie ik de Goden en Godinnen als bewuste entiteiten.
Zoals onze hersencellen individuele levensvormen (cellen) zijn die door hun verbinding met elkaar ons bewustzijn vormen, zo vormen alle levensvormen in bepaalde gebieden gezamenlijk het bewustzijn van de natuurgeesten, de Goden en Godinnen. Alles wat onze planeet Aarde is vormt zo de grote Moedergodin Gaia, zo heb je vele verschillende Goden en Godinnen verbonden aan vele verschillende plaatsen, natuurgebieden met hun eigen karakter, culturen met hun eigen karakter, enz..
Nederland is van oudsher een waterland, we hebben hier onze eigen Moedergodin en zeegodin, die zowel levensbrengend water geeft maar ook allesvernietigend water.... de Godin Nehalennia.
In onze streken waren ook Týr (Dinsdag), Wodan/Odin (Woensdag), Donar/Thor (Donderdag) en Freya (Vrijdag) bekende Goden en Godinnen.

Terug



Levensenergie

De energie die alles doordringt
In India noemt men het Prana, in China noemt men het Chi, de oude Romeinen noemden het Numen en de oude Germanen Kracht:
allen beschrijven ze dezelfde levensenergie...