Over de Noordse Goden

Verhalen uit Edda en Heimskringla

Auteur: Snorri Sturluson,  vertaald onder redactie van Egil Törnqvist, 
Uitgeverij Meulenhoff, 1983 
163 bladzijden, ISBN 90 290 1901 8 


Snorri Sturluson (1179-1241) was een IJslander die zich onder meer heeft beziggehouden met de optekening en uitleg van de regels van de Oudnoordse poëzie. Hij gold hierin als de grootste kenner van zijn tijd. Bovendien was hij een goede verteller, zodat zijn werk, dat de naam Edda draagt, niet alleen een duidelijke en rijk met voorbeelden geïllustreerde uitleg van de Oudnoordse poëtica geeft, maar ook vele verhalen bevat die boeiend zijn om te lezen en belangrijke gegevens voor godsdienstwetenschap en geschiedenis inhouden.

Met dit boek werd voor de eerste maal werk van deze geleerde IJslander rechtstreeks in het Nederlands vertaald. De gedachte de prozateksten uit Snorri´s Edda rechtstreeks in vertaling toegankelijk te maken ontstond bij de groep studenten in de Scandinavische talen aan de Universiteit van Amsterdam die zich in het kader van een werkgroep Oudijslandse prozateksten een winter lang met Snorri´s verhalen bezighield.

Bepalend voor de keuze van de tekst was de wens Snorri´s verhalen over de herkomst van de wereld van de goden gezamenlijk uit te geven. Daartoe werden uit Snorri´s Edda de Proloog en Gylfaginning (De begoocheling van Gylfi) geheel, en van Skáldskaparmál (Over de dichtkunst) alleen de godenverhalen opgenomen.
Verder bevat het boek de eerste tien hoofdstukken van de Ynglinga saga, die het begin vormt van Snorri´s geschiedwerk Heimskringla en vertelt over de herkomst van het volk der Asen, hun strijd met het volk der Vanen, over de plaatsen waar zij zich uiteindelijk vestigden en over hun nakomelingen.

(Bovenstaande tekst komt van de achterkant van het boek)


Terug