Jaarboeken

Tacitus
Vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door dr. J.W. Meijer

601 Blz., ISBN 90 263 1065 X 
Uitgeverij Ambo Baarn, 1990 


Publius Cornelius Tacitus werd geboren omstreeks 55 n.C. en stierf omstreek 118. Hij maakte carrière in het openbare leven en was ook geruime tijd advocaat. Hij wordt beschouwd als de meest individuele en kernachtige geschiedschrijver van de Romeinen.
In zijn Annales (Jaarboeken) beschandelde Tacitus het tijdvak van 14 tot 69 n.C., de tijd van de keizers Tiberius, Caligula, Claudius en Nero. De beschrijving van de jaren 37 tot 47 n.C. en het tijdvak na 66 is helaas verloren gegaan.
Meesterlijk schetst Tacitus in de inleiding van dit werk in enkele woorden het verloop van de Romeinse geschiedenis tot aan het begin van het principaat; daarbij sluit een korte beschouwing aan, vooral over de laatste jaren van Augustus en over de kalme berusting waarmee men het verlies van de republikeinse vrijheid had leren dragen. Dan begint het reusachtige door Tacitus beschreven historische drama: de regeringen van Tiberius, Caligula en Nero. Gunstig komen zij niet voor de dag. Hoewel Tacitus pretendeerde sine ira et studio (zonder ressentiment en zonder toegeeflijkheid) te schrijven, kon hij zijn zeer markante temperament (heftig, pessimistisch, argwanend, vaak cynisch) niet terugdringen. Daarom blijft lezing van het werk van Tacitus nog steeds een uitermate boeiende bezigheid.

Dr. J.W. Meijer was huisarts in Amsterdam en vertaalde het volledige werk van Tacitus en Sallustius.


(Bovenstaande tekst komt van de binnenflappen van het boek)

Het werk van Tacitus is in het Engels te lezen op: Sacret-Texts.com


Terug